Verbazing over natuurzin

Auteur Ir. W.B.P.M. Lases

 

Verbazing over natuurzin.

 

In onze gedrevenheid vergeten we nog wel eens dat de mens ondergeschikt is aan de natuurkrachten (fysische natuur) en dat plant, dier en mens zich moeten aanpassen aan de natuurlijke veranderingen van hun leefomgeving. Dat doen ze met wisselend succes. Met kennis van die processen en in lijn met die processen kan de mens daar op een natuurlijke wijze mee leven. Ook planten en dieren evolueren in zich wijzigende omstandigheden en hebben hun voorkeuren.

In onze delta hebben we o.a. te maken met zeespiegelstijging en met toenemende extremen in droge en natte perioden, terwijl de totale neerslag hoeveelheid weinig verandert. De zeespiegelstijging vergroot het gevaar. Zeespiegelstijging en toenemende extremen zorgen voor verdere verzilting van het (grond)water. Immers de grotere neerslagpiek doet ons meer zoet water direct afvoeren. Dat komt niet ten goede aan het grondwater.

De Westerschelde, die het karakter van een zeearm heeft (de Scheldeafvoer is verwaarloosbaar) ontwikkelt mee in die zeespiegelstijging. Vroeger gingen we daar natuurlijk mee om. Regelmatig nam de ingebroken zee meer land, maar gaf in de vorm van hoog schor elders ook weer een deel terug. Dat bedijkten we dan weer om ons niet vaak door het water te laten verrassen. Wij bewogen met de natuur mee. Land prijs geven en deels weer terug nemen.

Wij zorgden ook voor een paar grote rampen, die een wissel trokken op de Westerschelde en het land. (Koekjes van eigen deeg.) De buitensporige veenwinning voor hoofdzakelijk zoutexport in de dertiende en veertiende eeuw verlaagde het land fors en leidde tot de grote overstromingsramp van 1375 en deed de Braakman ontstaan. Vervolgens werd in de Tachtigjarige Oorlog zo’n driekwart van Zeeuws-Vlaanderen onder water gezet. Het oostelijk deel een paar eeuwen lang. Al dat water op het land was onderhevig aan vloed en eb. Dat werd aangevoerd door de zee. Daardoor schuurde de Westerschelde sterk uit, vooral in het oosten. Door die sterke stroming verloren we polders als de Nieuwhofpolder, de polder van Namen en die van Valkenisse. Deze zijn nu platen en slikken geworden. Een deel van het verdronken land van Saaftinghe werd niet meer herdijkt. Antwerpen kreeg zo een mooie vaarweg. Tot in de tweede helft van de vorige eeuw werd de Westerschelde steeds ondieper. Een natuurlijke reactie na de herdijking van onder water gezet land.

Een derde ramp tekent zich af. Door o.a. zandwinning en kunstmatige verdieping is er een ommekeer gekomen in het gedrag van de Westerschelde. Deze is zich nu gaan verruimen. De zee neemt meer ruimte. Het gevaar neemt toe. De ruimte voor de zee gaan we nog eens versterken door hooggelegen polders, eeuwen lang geleden gevormd door de natuur (Breskenspolder, plan Perkpolder), meters af te graven en aan de zee te geven. Zo ook de Hedwigepolder. De historie herhaalt zich. Verbazingwekkend genoeg wil men dit natuurherstel noemen, terwijl vernietiging plaats vindt van wat de natuur daar voor ons heeft neergelegd en wij middels een dijk zo lang gekoesterd hebben.

Onze natuurlijke reactie op de genoemde processen als zeespiegelstijging en verzilting zou toch moeten zijn om de effecten van deze processen proberen te vertragen of anders te geleiden. We leven toch op het land en van zoet water. Ondertussen wordt al gedacht aan dure oplossingen als het “duurzaam” bereiden van drinkwater uit brak water. Het afvalprodukt is een zoutconcentraat dat we ergens moeten laten.

Het wekt dan ook uiterste verbazing dat we in Zeeland de hobby hebben om juist door ontpoldering de verzilting van het (grond)water en het land te stimuleren en vrijwillig aan de zee nog meer ruimte geven. Zelf ondermijnend gedrag.

Het is bekend dat wat de natuurbeweging denkt met ontpoldering te bereiken slechts een marginaal effect heeft, maar wel grote consequenties heeft voor het landschap en de mensen. Door de natuurbeweging versmade compensatiemaatregelen in de Westerschelde zelf zijn natuurlijker en effectiever.

Het aan een gebied opleggen van een habitat is utopisch denken. Ecologen zouden primair de fysische natuur als uitgangspunt moeten nemen en zich tegen onnatuurlijke ingrepen richten. De biologie volgt haar eigen weg. Niet die welke de mens bedenkt. Ecologen moeten geen tegennatuurlijke maatregelen wensen, die op tekentafels tot stand zijn gekomen. De huidige doelstellingen voor de Westerschelde zijn te enghartig.

 

Ir. W.B.P.M. Lases