OVERIJLING WREEKT ZICH.

Gelezen in Knack van 10 februari 2010. Samensteller Patrick Martens.

Het Antwerpse referendum dat in oktober 2009 uitmondde in de afwijzing van de Oosterweelverbinding met de Lange Wapperbrug, was de druppel die de emmer deed overlopen.
“Vlaanderen is een land van inspraak en procedures. We kunnen nauwelijks bewegen, uit vrees voor een juridische blokkering. Onze regelzucht is echt problematisch”, zei Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) in De Morgen. Hij gaf daarmee lucht aan de frustratie omdat grote infrastructuurprojecten – een nieuwe weg, een industrieterrein, de ontwikkeling van een stadsdeel – enorm veel tijd kosten. Nieuwe ramingen hebben het over een doorlooptijd van 5 tot 10 jaar voor kleinere projecten. Voor grootschalige en ingrijpende projecten is dat 20 jaar en langer. De realisatie van dergelijke projecten in Vlaanderen is geen sinecure. De ruimtelijke versnippering is groot (in Vlaanderen is al een kwart van de ruimte bebouwd, tegenover 15 procent in Nederland). Het bewustzijn over milieu en leefkwaliteit is gegroeid. En de besluitvorming is een langgerekt hindernissenparcours. Bijkomend probleem is dat milieu en ruimtelijke ordening Vlaamse bevoegdheden zijn, terwijl de federale overheid verantwoordelijk is voor de wetgeving over onteigeningen en voor de Raad van State, die maandelijks 40 à 60 verzoeken krijgt om een ruimtelijk plan te schorsen of te vernietig.

Analytische vaststellingen (1)

Komt er dan eindelijk een nieuwe wind bij grote projecten als Deurganckdok en het onverdedigbare Saeftinghedok? Hoeveel krediet krijgt een nieuwe voorzitter (als Coppens) van de kortzichtige politici uit Antwerpen, Beveren en het Waasland voor een meer professionele en bijgevolg ook open maatschappelijke projectplanning.

Voorbereiding. 
Het tergend trage projecttempo werkt de politiek op de heupen. De ingewikkelde procedures moeten sneller, zo luidt het. Daarbij is het kennelijk alle hens aan dek, want intussen werken twee commissies aan voorstellen. Die moeten er begin maart zijn. De Vlaamse regering heeft een commissie Investeringsprojecten onder leiding van de Antwerpse gouverneur Cathy Berx geïnstalleerd om een twintigtal dossiers tegen licht te houden
In het Vlaams parlement organiseert een commissie “Versnelling maatschappelijk belangrijke investeringsprojecten” hoorzittingen met ambtenaren, academici, vertegenwoordigers van lokale besturen, de Raad van State en andere deskundigen.
Een eerste bevinding van beide commissies is dat de politiek en de overheid in de voorbereidende fase van een project kostbare steken laten vallen. Er worden veel te weinig inspanningen geleverd om alle belanghebbende partijen (bestuurders, ambtenaren, bevolking enzovoort) actief te betrekken en zo te komen tot een gedeelde consensus over de zin van een project en de voorwaarden van de uitvoering.
Die ruime participatie neemt weliswaar tijd in beslag, maar rendeert nadien. “Veel projecten worden te eenzijdig en top-down als een infrastructuurproject gepresenteerd, terwijl ze raakvlakken hebben met bijvoorbeeld stadsontwikkeling of de relatie tussen mobiliteit en een regio”, zegt Tom Coppens, die de nieuwe voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning wordt. “De doelstelling moet zijn dat de globale doorlooptijd van een project korter wordt en niet dat de procedures versneld worden, want dat helpt weinig. Procedures de helft korter maken levert een totale tijdwinst van amper 5 procent op. Een milieueffectenrapport (MER) en een ruimtelijk uitvoeringsplan zouden wel gelijktijdig kunnen worden gemaakt. Zo kan een (MER) dienen als arbitrage-instrument om diverse alternatieven tegen elkaar af te wegen. Gebeurt dat niet, dan volgt op een later moment de polarisering tussen voor en tegen, en krijg je onoplosbare situaties. Eerst een tracé vastleggen en dat daarna met een MER proberen te rechtvaardigen, kost alleen maar geld en tijd. Dat is in het Oosterweeldossier bewezen.”
Dat een degelijke projectvoorbereiding cruciaal is, weten ze in het buitenland al langer. Ook op andere vlakken wordt geprobeerd om sneller te gaan. Duitsland, dat na de hereniging in 1989 veel grote infrastructuurwerken startte, vermijdt dat daarvoor tientallen vergunningen nodig zijn en werkt met één gestroomlijnde procedure en één uitvoeringsbesluit.

De wet voor dit “Planfeststellungsverfahren” telt overigens maar 7 artikelen. In Nederland wordt werk gemaakt van het rapport “Sneller en beter” van de commissie-Elverding om de gemiddelde projectduur van 10 à 15 jaar te halveren. “De hoofdoorzaak voor die duur en de stopzetting van projecten ligt binnen het bestuur zelf. Het heeft vaak geen rechte rug”, zegt Chris Backes, professor administratief en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. Het ontbreken van heldere en gedragen keuzes in het begin, doet  volgens de commissie-Elverding de overheid bij kritiek aarzelen. Daardoor moet veel werk worden overgedaan en duren het overleg en de besluitvorming te lang.

Te snel.
“Het probleem is niet dat bestuurders niet durven te beslissen over een infrastructuurproject. Ze lopen in het begin echter te hard van stapel” aldus Tom Coppens. “Er wordt vlug een ontwerp gemaakt en men wil vol gas vooruit. Maar dan komt er tegenkanting en verzandt het opzet in besluiteloosheid.“
Voor de Oosterweelverbinding bijvoorbeeld werd in 2000 al het tracé bepaald. Daarna wilde men niet meer op die keuze terugkomen, uit vrees de steun van de Vlaamse overheid kwijt te raken. Die aanpak heeft zich tegen de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) gekeerd. En nu weet men het niet meer: doorgaan omdat er al zoveel kosten gemaakt zijn, of het geweer van schouder veranderen omdat er in Antwerpen geen draagvlak is voor het BAM-plan?”
Een snellere uitvoering van een project hangt niet alleen af van de kwaliteit van de eerste stappen. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten bijvoorbeeld is ook ontstemd over de betutteling door de Vlaamse overheid. Haar administraties van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening, Wegen en Verkeer enzovoort spreken elkaar in hun adviezen ook tegen. Coppens: “Door die administratieve verkokering heeft iedereen vanuit het eigen standpunt gelijk. Dat is geen probleem van procedure, maar van overeenstemming binnen de overheid. Het zou dus goed zijn dat al die administraties een gezamenlijk advies uitbrengen”.
Noodwetgeving om de realisatie van een project te forceren – het recept werd beproefd voor het Deurganckdok – kan niet op steun van Coppens rekenen.
“Dat  de Vlaamse overheid zich op die manier boven de eigen regelgeving plaatst, is ongelooflijk. De juridische geschillen zullen zo ook steeds meer verplaatsen naar de toepassing van Europees recht, met onder meer het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en het Verdrag van Arhus uit 1998, dat handelt over informatie, inspraak en de toegang tot de rechten in milieuzaken.”

 

Analytische vaststellingen (2) 

Was dat niet de basis van het beruchte BESLIST BELEID van de nu jankende Kris Peeters? Waar het Vlaams parlement zich achterplaatst zonder te beseffen wat de inhoud is, en zonder te (willen) weten en begrijpen waar de wetteloosheid zit.

 

Rechtsbescherming is een ander aandachtspunt, 
ook omdat de gang van individuele burgers en actiegroepen naar de Raad van State veel tijd opslorpt en soms een project volledig torpedeert. In Vlaanderen is er sinds september 2009 een aparte raad voor betwistingen over stedenbouwkundige en verkavelingsvergunningen. De Raad van State zou eind dit jaar zijn achterstand in stedenbouwkundige zaken weggewerkt hebben en denkt daarna nog gemiddeld 15 maanden nodig te hebben om beroepsprocedures af te ronden.

De Nederlandse Raad van State doet dit nu al binnen het jaar. Bovendien heeft Nederland besloten om minder belangrijke gebreken in de procedures voor een groot project over het hoofd te zien en uit te sluiten dat overheden tegen elkaar in beroep gaan. Ook krijgen rechters meer mogelijkheden bij de uitspraak over een besluit. Een alternatief is bijvoorbeeld de “bestuurlijke lus”. Daardoor kan een overheid binnen een bepaalde termijn een projectbesluit verbeteren of herschrijven, zonder dat ze van voren af aan hoeft te beginnen.

“Procedures bij de Raad van State wekken soms ergernis omdat het individuele belang voorrang zou krijgen op het algemene belang”, aldus nog Coppens. “Maar dat onderscheid is niet zomaar te maken. Bovendien stappen de meeste burgers en actiegroepen niet naar de Raad  van State om een project lam te leggen, maar om invloed op de besluitvorming te krijgen. Daarom is het inderdaad goed dat de rechter meer kan doen dan een beslissing vernietigen en dat bijvoorbeeld, zoals in de VS, via bemiddeling een conflict wordt uitgepraat in het voordeel van alle betrokken partijen.”

 

 

Analytische vaststellingen (3): 

Is dat niet de omschrijving van wat zich in het polderverhaal van DOEL heeft afgespeeld, waarbij hooghartig elke dialoog over de besluitvorming werd geweigerd en bestaande wetgeving BEWUST met de voeten werd getreden door Antwerpse en Wase politici.

Is dat ook weer niet gebeurd bij de hoorzitting met spreekrecht voor DOEL in het Vlaams parlement op 24 februari 2010, met de Beverse burgemeester als blinde verdediger van de politieke onbekwaamheid, van de politieke maatschappelijke onwil en het politieke bewust gekozen bedrieglijk gedrag.

 

Vlaamse resolutie versnelling inspraak (klik hier voor pdf)